Klokkenluidersregeling

Meest gezocht:
bus contact lijn ov-chipkaart taxi zoeken  

Klokkenluidersregeling

Connexxion heeft een 'klokkenluidersregeling'. Deze regeling is bedoeld ter bescherming van werknemers die een misstand willen melden.

Vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon in het kader van deze regeling is de heer prof. dr. A.H.M.C. Walravens, voormalig vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen. De vertrouwenspersoon is - alleen voor dit doel - bereikbaar op telefoonnummer 06-30604770, of via e-mail: arnold@walravens.org

Artikel 1: In deze regeling wordt verstaan onder:

  • De werknemer: Degene die in dienstverband, of anderszins gedurende langere periode, werkzaam is ten behoeve van de vennootschap en haar dochtermaatschappijen.
  • De vennootschap:
    • Connexxion Holding N.V.
    • de voorzitter van de Raad van Bestuur/Exceutive Committee : de voorzitter van de Raad van Bestuur van de vennootschap;
    • de voorzitter van de Raad van Commissarissen: de voorzitter van de Raad van Commissarissen van de vennootschap;
    • Leidinggevende: degene die direct leiding geeft aan de werknemer.
    • Vertrouwenspersoon:
      degene die na instemming van de COR door de voorzitter van de Raad van Bestuur is aangewezen om als zodanig voor de vennootschap en haar dochtermaatschappijen te fungeren.
    • Een vermoeden van een misstand:
      een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de onderneming van de vennootschap en/of een of meerdere dochtermaatschappijen, in verband met:
      a. een (dreigend) strafbaar feit;
      b. een (dreigende) schending van wet- en regelgeving;
      c. een (dreiging van) bewust onjuist informeren van publieke organen;
      d. een schending van binnen de onderneming geldende gedragsregels;
      e. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over deze feiten; of
      f. een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu.
       

Artikel 2 Standaard Procedure
2.1 Tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 4 lid 2, meldt de werknemer een vermoeden van een misstand intern bij zijn leidinggevende of, indien hij melding aan zijn leidinggevende niet wenselijk acht, bij de vertrouwenspersoon. Melding aan de vertrouwenspersoon kan ook plaatsvinden naast de melding aan zijn leidinggevende.
De vertrouwenspersoon zal de anonimiteit van de werknemer, voor dit zover zijn eigen handelen betreft, waarborgen.
2.2 Alvorens de melding formeel wordt vastgelegd ontvangt de betrokkene de onderhavige regeling en wordt hij/zij expliciet erop gewezen dat de anonimiteit voor zover mogelijk wordt gewaarborgd (art. 2.6 en art. 4.6)
2.3 De leidinggevende of de vertrouwenspersoon legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, desgevraagd schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de werknemer, die daarvan een afschrift ontvangt. De leidinggevende of de vertrouwenspersoon draagt er zorg voor dat de voorzitter van de Raad van Bestuur onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is en dat de voorzitter van de Raad van Bestuur een afschrift van de vastlegging ontvangt.
2.4 De voorzitter van de Raad van Bestuur stuurt een ontvangstbevestiging aan de werknemer die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, respectievelijk aan de vertrouwenspersoon die deze bevestiging naar de betrokken werknemer doorleidt. In de ontvangstbevestiging wordt gerefereerd aan de oorspronkelijke melding. Dit geldt ook indien de werknemer het vermoeden niet heeft gemeld aan zijn leidinggevende maar aan de vertrouwenspersoon.
2.5 Onverwijld na de melding van een vermoeden van een misstand zal de Raad van Bestuur een onderzoek starten.
2.6 De werknemer die het vermoeden van een misstand meldt en degene aan wie het vermoeden van de misstand is gemeld, behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toestemming van de voorzitter van de Raad van Bestuur wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten de vennootschap en haar groepsmaatschappijen. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de werknemer niet worden genoemd en ook overigens de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de werknemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.


Artikel 3 Standpunt Raad van Bestuur en eventuele stappen
3.1 Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de werknemer door of namens de voorzitter van de Raad van Bestuur respectievelijk de vertrouwenspersoon schriftelijk op de hoogte gebracht van het standpunt van de Raad van Bestuur omtrent het gemeld vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid.
3.2 Indien het standpunt niet binnen vier weken kan worden gegeven, wordt de werknemer door of namens de voorzitter van de Raad van Bestuur respectievelijk de vertrouwenspersoon hiervan in kennis gesteld en wordt aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.

Artikel 4 Bijzondere procedures:
I Melding aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen
II Melding aan de voorzitter van de Raad van Bestuur

I Melding aan de voorzitter van de Raad van Commissarissen

4.1 De werknemer kan het vermoeden van een misstand melden bij de voorzitter van de Raad van Commissarissen, indien:
a. hij het niet eens is met het standpunt als bedoeld in artikel 3;
b. hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de vereiste termijn, bedoeld in het eerste en
tweede lid van artikel 3;
c. de termijn, bedoeld in het tweede lid van artikel 3, gelet op alle omstandigheden, onredelijk lang is en de werknemer hiertegen bezwaar heeft gemaakt bij de voorzitter van de Raad van Bestuur respectievelijk de vertrouwenspersoon, doch deze daarop niet een kortere, redelijke termijn heeft aangegeven;
d. het vermoeden van een misstand een bestuurder van de vennootschap betreft, of
e. sprake is van een uitzonderingsgrond als bedoeld in het volgend lid.

4.2 Een uitzonderingsgrond als bedoeld in het vorig lid onder e doet zich voor, indien sprake is van:
a. een situatie waarin de werknemer in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaatregelen als
gevolg van een interne melding.
b. een eerdere interne melding conform de procedure van in wezen dezelfde misstand, die de
misstand niet heeft weggenomen.

4.3 De voorzitter van de Raad van Commissarissen legt de melding, met de datum waarop deze ontvangen is, desgevraagd schriftelijk vast en laat die vastlegging voor akkoord tekenen door de werknemer, die daarvan een afschrift ontvangt.

4.4 De voorzitter van de Raad van Commissarissen stuurt een ontvangstbevestiging aan de werknemer die een vermoeden van een misstand heeft gemeld. Als de werknemer het vermoeden van misstand al eerder heeft gemeld, dan wordt in de ontvangstbevestiging gerefereerd aan de oorspronkelijke melding.

4.5 Onverwijld wordt een onderzoek naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand gestart.

4.6 De werknemer die het vermoeden van een misstand meldt en degene aan wie het vermoeden van de misstand is gemeld behandelen de melding vertrouwelijk. Zonder toestemming van de voorzitter van de Raad van Commissarissen wordt geen informatie verschaft aan derden binnen of buiten de vennootschap en haar groepsmaatschappijen. Bij het verschaffen van informatie zal de naam van de werknemer niet worden genoemd en ook overigens de informatie zo worden verstrekt dat de anonimiteit van de werknemer voor zover mogelijk gewaarborgd is.

II Melding aan de voorzitter van de Raad van Bestuur
De werknemer dient, indien hij melding aan diens leidinggevende niet wenselijk acht, onverwijld bij de voorzitter van de Raad van Bestuur melding te doen in ieder van de volgende gevallen:

a. acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend maatschappelijk belang dit
onmiddellijk noodzakelijk maakt.
b. een duidelijke dreiging van verduistering of vernietiging van bewijsmateriaal.
c. een wettelijke plicht of bevoegdheid tot het direct extern melden.

Artikel 5 Standpunt voorzitter van de Raad van Commissarissen en eventuele stappen
5.1 Binnen een periode van vier weken vanaf het moment van de interne melding wordt de werknemer door of namens de voorzitter van de Raad van Commissarissen schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een misstand. Daarbij wordt aangegeven tot welke stappen de melding heeft geleid.
5.2 Indien het standpunt niet binnen vier weken kan worden gegeven, wordt de werknemer door of namens de voorzitter van de Raad van Commissarissen hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.

Artikel 6 Rechtsbescherming
6.1 De werknemer die met inachtneming van de bepalingen in deze regeling te goeder trouw een vermoeden van een misstand heeft gemeld, wordt op geen enkele wijze in zijn positie benadeeld als gevolg van het melden daarvan.
6.2 De werknemer heeft het recht om een raadsman in de arm te nemen waarbij de lasten van deze rechtsbijstand, voorzoverre in redelijkheid gemaakt, voor rekening van Connexxion zullen komen.

Artikel 7 Rapportage
Jaarlijks ontvangt de centrale ondernemingsraad een uitgebreide, geanonimiseerde rapportage, die in het overleg besproken zal worden.

Artikel 8 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 10 februari 2005.